Toevoegingen – Hoofdstuk 22

De termen additieven, boosters en supplementen beschrijven de hormonen, bacteriën, schimmels, suikers, vitaminen, voedingsstoffen en andere stoffen die medicinale cannabis tuinders gebruiken om de groei van planten te verbeteren. Tot voor kort waren de meeste toevoegingen een product van de kassenindustrie of ontwikkeld door biologische tuiniers.* Tegenwoordig worden veel toevoegingen ontwikkeld en gepopulariseerd door medicinale cannabis tuiniers en hydrocultuur fabrikanten.

*Zie “Organische grond” in hoofdstuk 18, Bodem, voor meer informatie over de inhoud van organische supplementen of toevoegingen.

Veel van deze stoffen zijn effectief en maken hun claims waar. Sommige werken snel, terwijl andere een week of langer nodig hebben om de groei te beïnvloeden als ze op de juiste manier worden toegepast. Toepassing en timing zijn vaak erg belangrijk. Wees op je hoede voor wetenschappelijk niet-gedocumenteerde claims over producten die onrealistische resultaten beloven. Fabrikanten van dergelijke producten zijn er meer op uit om je geld af te troggelen dan om de waarheid te vertellen. Lees advertenties zorgvuldig en met een kritisch oog. Ga naar forums over medicinale cannabis om te zien hoe het andere tuiniers is vergaan met het product. Onthoud dat plantengroeiregulatoren slechte tuinpraktijken niet kunnen corrigeren. Gebruik additieven heel voorzichtig of helemaal niet als de planten ziek zijn. Wees ook op je hoede voor verschillende “wetenschappelijke” websites en weet dat de meeste blogs worden bezocht door charlatans. Pas op voor oplichters!

Sommige additieven, zoals gibberellinezuur, ethyleen en fulvozuur, zijn verkrijgbaar in pure vorm, maar meestal zijn ze samen met andere additieven verpakt in producten om specifieke taken uit te voeren – om beworteling te bevorderen, meer toppen te zetten, grotere bloemknoppen te kweken en de algehele groeikracht te vergroten. Nogmaals, lees labels; zorg ervoor dat je weet wat alle ingrediënten zijn voordat je additieven aan planten geeft.

Bestudeer de instructies voor additieven en bepaal zorgvuldig de juiste dosering en het juiste tijdschema voor de toepassing. Toevoegingen zijn verkrijgbaar als vloeistof, poeder, kristal, korrel en meer. Ze zijn ook verkrijgbaar in verschillende concentraties. Neem contact op met fabrikanten en retailers. De meeste fabrikanten van additieven hebben een website met aanvullende informatie over hun producten. Zoals met elk additief, moet je ervoor zorgen dat de effecten van het ene de effecten van het andere niet tegenwerkt.

Let op! Additieven, vooral die met hormonale producten, kunnen gevaarlijk zijn voor de eindgebruiker en zijn dat vaak ook. Groeiregulatoren voor planten (PGR’s) zijn niet voor niets gereguleerd door de meeste regeringen – sommige zijn bewezen kankerverwekkend, zelfs in zeer lage doseringen. Residuen van groeiregulatoren hebben ook de neiging om in de plant en in de geoogste delen achter te blijven en worden zo doorgegeven aan de consument. De bedoeling van medicinale kweek is hetzelfde als de bedoeling van een arts – geen kwaad doen. Het gebruik van PGR producten buiten hun specifieke veiligheidsregistratie is niet verstandig en moet volledig worden beperkt tot de persoon of personen die besluiten ze te gebruiken en niet worden doorgegeven aan nietsvermoedende patiënten of andere consumenten.

Dit hoofdstuk geeft je een overzicht van additieven en hoe ze de groei van medicinale cannabis aanvullen.

fertilizer for marijuana plants

Superthrive was een van de eerste toevoegingen die verkrijgbaar waren bij tuincentra.

Hormonen

Plantenhormonen zijn chemische boodschappers die kieming, groei, metabolisme of andere fysiologische activiteiten zoals wortelgroei en bloei regelen. Omgevingsfactoren zorgen ervoor dat planten de juiste hormonen vrijgeven die veranderingen in de groei teweegbrengen.

Deze organische verbindingen zijn over het algemeen effectief, zelfs bij zeer lage concentraties. Ze interageren met doelweefsels om de celgroei en -ontwikkeling te sturen. Elke reactie is vaak het resultaat van 2 of meer samenwerkende hormonen. Plantenhormonen kunnen van nature in planten voorkomen en veel ervan kunnen in het laboratorium worden gesynthetiseerd, waardoor de hoeveelheid hormonen die beschikbaar is voor commerciële toepassingen toeneemt.

Hormonen worden ook wel plantengroeiregulatoren genoemd. Het succesvolle gebruik van PGR’s is vaak met vallen en opstaan, geen exacte wetenschap. Inzicht in de groei en ontwikkeling van cannabis zal de leercurve verkleinen. Hormonen zijn het meest effectief wanneer ze op specifieke tijdstippen worden toegepast, in de juiste omstandigheden en dosering, en wanneer ze worden geïntegreerd in regelmatige groeischema’s.

Om de gewenste resultaten te bereiken bij het experimenteren met hormonen, moet je heel goed letten op de concentratie van de dosering en het tijdstip van aanbrengen, rekening houdend met het tijdstip van de dag en de groeifase van de planten. Vaak moeten planten die met hormonen worden behandeld, worden geïsoleerd. Een verdunde concentratie auxines moedigt stekken bijvoorbeeld aan om wortels te laten groeien. Maar bij overdosering zorgt hetzelfde hormoon (auxine) ervoor dat er meer van een ander hormoon (ethyleen) wordt aangemaakt. Ethyleen, het “doodshormoon”, zorgt ervoor dat planten kleiner worden, dikkere stengels krijgen en kleinere bloemknoppen die eerder rijpen.

Twee waardevolle hormoonklassen, cytokininen en gibberellinen, kunnen worden gebruikt om het geslacht van planten te veranderen, wat erg handig is bij het maken van plantenkruisingen met een enkele mannelijke of vrouwelijke plant. Cytokininen zorgen ervoor dat vrouwelijke bloemen zich vormen op mannelijke planten en gibberellinen zorgen ervoor dat mannelijke bloemen groeien op vrouwelijke planten. Colloïdaal zilver, dat geen hormoon is, zorgt er ook voor dat er mannelijke bloemen op vrouwelijke planten groeien.

Abscisine (Abscisinezuur [ABA])

Abscisine onderhoudt de dormantie in zaden en kan dormantie veroorzaken in ontwikkelde planten. Het belangrijkste effect is het remmen van celgroei. Waterstress veroorzaakt door een hoge temperatuur, lage luchtvochtigheid of een hoge EC in het groeimedium leidt tot een toename in de synthese van abscisine, waardoor de huidmondjes sluiten. Het remt de scheutgroei en kan de wortelgroei stimuleren. Het kan ook helpen bij de verdediging tegen ziekteverwekkers. Tijdens de winter hoopt abscisine zich op om de celdeling te vertragen of te stoppen om planten te beschermen tegen koude of uitdroging. In het geval van een vroege lente zal abscisine ook de rustperiode verlengen, waardoor voortijdige scheuten die door vorst beschadigd zouden kunnen worden, worden voorkomen. Abscisine is een gibberellineremmer.

Abscisine II wordt geëxtraheerd uit katoen als de chemische stof die abscissie induceert. Dormine werd voor hetzelfde doel geëxtraheerd uit plataanbladeren. ABA induceert rust in een paar plantensoorten. Het lijkt vooral de gibberellinezuur enzymatische productieroutes te remmen.

Toegepast in de tuin kan ABA planten helpen om droogte en onvoorziene omstandigheden te weerstaan en de productiviteit, kracht en prestaties van planten verbeteren.

ProTone SL is een voorbeeld van een product dat abscisine bevat.

Brassinolide (BR)

Brassinolide is een van de hormonen uit de brassinosteroïdenklasse (plantensteroïden) die de ontwikkeling en groei van planten regelen. Het bevordert stengelverlenging, wortelmassa en celdeling. Het is ook betrokken bij andere plantprocessen zoals droogtebestendigheid, stressrespons, koudebestendigheid, pollengroei en veroudering. Een tekort veroorzaakt groeistoornissen en onvruchtbaarheid. Het is een natuurlijk plantenhormoon dat in 1979 als eerste brassinosteroïde werd geïsoleerd. Sindsdien zijn er meer dan 70 BR’s uit planten geïsoleerd. Er is weinig bekend over hoe BR’s zich verhouden tot cannabinoïden. Brassinolide lijkt ook samen te werken met alle andere hormonen om de effecten te versterken of als integraal onderdeel van de routes. Ze bootsen ook menselijke steroïden na en kunnen anabool zijn.

MaximaGro is een voorbeeld van een product dat brassinolide bevat.

Auxinen

Auxinen vormen een groep plantenhormonen die de groei en fototropisme regelen. Auxinen beïnvloeden veel processen, waaronder waterassimilatie, celdeling en celstrekking – waardoor celwanden vaak zachter worden. Toptakken worden verticaal langer waar auxines geconcentreerd zijn en remmen laterale knoppen af in het fenomeen dat bekend staat als “apicale dominantie” het “afknippen” van de uiteinden van takken of het snoeien van takken zal het auxineniveau verlagen en bossige, zijwaartse groei stimuleren en nieuwe wortelvorming op gang brengen.

Auxines zijn ingrediënten in veel bewortelingsproducten omdat ze de vorming van wortels op stengels stimuleren. Medicinale cannabis kwekers gebruiken verschillende auxines om wortelgroei te stimuleren. Synthetische auxines zijn stabieler en gaan langer mee dan natuurlijke oplossingen. In hoge concentraties worden auxines soms gebruikt als krachtige herbiciden.

Een van de vele voorbeelden van de hormonale werking van auxine is fototropisme, de beweging van planten als reactie op een lichtbron. Licht zorgt ervoor dat auxines naar de schaduwzijde van de scheut worden getransporteerd. Auxines zorgen ervoor dat de cellen aan de schaduwzijde zich meer uitstrekken dan de cellen aan de verlichte kant. De scheut of het blad buigt naar het licht toe en verbetert hopelijk zijn belichting.

Experimenten door Canna toonden aan dat zwakke concentraties auxines de bloemvorming licht stimuleerden, maar dat het langer duurde voordat de bloemen rijp waren. Hoge concentraties remden de groei en veroorzaakten misvormingen en tumorachtige symptomen.

Indool-3-azijnzuur (IAA) is het krachtigste natuurlijk voorkomende auxine voor planten. Het wordt voornamelijk aangemaakt in jonge bladscheutpunten, in embryo’s en in zich ontwikkelende bloemen. Het onderdrukt bladval en bloei in cannabis. IAA is echter instabiel en wordt daarom niet gebruikt als commerciële groeiregulator.

1-Naftaleenazijnzuur (NAA) is een synthetische organische verbinding die lijkt op IAA, maar met een langere houdbaarheid. Dit door de mens gemaakte plantenhormoon zit in veel commerciële bewortelingsproducten.

Dit PGR verbetert de celdeling en uitbreiding. Als bewortelingsmiddel wordt NAA gebruikt voor de vegetatieve vermeerdering van cannabis stammen (klonen). NAA heeft de neiging contraproductief te zijn voor de wortelontwikkeling van zaailingen, omdat het de groei van de penwortel remt en de horizontale wortelgroei versterkt. NAA onderdrukt ook de ontwikkeling van groeitoppen, waardoor groei-energie wordt omgeleid naar de wortels.

4-Cl-IAA is een gechloreerd derivaat van IAA auxine. Het wordt vaak gevonden in zaden van peulvruchten en wordt verondersteld een “doodshormoon” te zijn. Rijpende zaden gebruiken 4-Cl-IAA om de dood van de moederplant te induceren en voedingsstoffen te activeren die in het zaad worden opgeslagen.

Indool-3-boterzuur (IBA) is het belangrijkste bewortelingshormoon in veel commerciële producten. Het komt van nature in kleine hoeveelheden voor, maar de meeste bronnen zijn synthetisch. Toepassingen van IBA helpen wortels te maken, grotere wortelmassa’s te bouwen en de plantengroei en -opbrengst te verbeteren.

Veel commerciële formules zijn verkrijgbaar in de vorm van in water oplosbare zouten. Stekken kunnen voor het planten in IBA worden gedompeld of ondergedompeld en wortels kunnen tijdens het verplanten worden gedompeld, besproeid of doordrenkt. Eenmaal gevestigd moeten planten tijdens het groeiseizoen met tussenpozen van 3 tot 5 weken worden behandeld.

Er is weinig geschreven om de theorie te ondersteunen dat IBA gebruikt kan worden om de regeneratie van bloemen te stimuleren. De effecten van auxines zijn echter talrijk en breed, waaronder bloemproductie, vertraging van de rustperiode en synergetische effecten met veel andere hormonen, vooral cytokininen en ABA. We weten dat het een vereist hormoon is voor een goede bloemontwikkeling en dat het de sleutel zou kunnen zijn tot het produceren van een nieuwe partij bloemen, maar regeneratie van de plant en de bloemen van de plant is twijfelachtig. Commerciële auxines zoals IBA hebben veel andere effecten die kunnen worden gecategoriseerd als het veroorzaken van het afbreken (groei) van slapende laterale vegetatieve knoppen. Dit kan meer een cytokinine reactie zijn, omdat het eerder gedifferentieerde cellen in staat stelt om opnieuw te gaan delen. De mogelijke rol van IBA in de regeneratie van bloemen blijft controversieel en er kan op dit moment nog niets definitiefs worden gezegd.

2-Fenylazijnzuur (PAA) wordt voornamelijk gevonden in vruchten. De effecten ervan zijn veel zwakker dan die van IBA. Het is ook een ingrediënt van methamfetamine en is in de meeste landen een gecontroleerde stof.

De auxinefamilie bevat ook door de mens gesynthetiseerde herbiciden. Het beruchte Monsanto-Dow product “Agent Orange” bevatte een 1:1 verhouding van de synthetische auxines dichloorfenoxyazijnzuur (2,4-D) en 2,4,5-trichloorfenoxyazijnzuur (2,4,5-T ). Men denkt dat de ziektes veroorzaakt door Agent Orange het gevolg zijn van verontreinigde 2,3,7,8- tetrachloordibenzo-p-dioxine (TCDD) als gevolg van het productieproces, en niet van de auxines.

Producten die wortelinducerende hormonen bevatten zijn verkrijgbaar in vloeibare, poeder- en gelvorm. Voorbeelden van dergelijke producten zijn Rootone (NAA), Hormex (IBA), Clonex (IBA), Schultz TakeRoot (IBA). Veel van deze producten zijn verkrijgbaar in een generieke vorm die veel minder kost dan het merk.

Let op! IBA en andere hormonen zijn gevaarlijk voor mens en dier. Sommige kunnen matig oogletsel veroorzaken en zijn schadelijk bij inademing of opname door de huid. Lees het hele etiket en volg de aanwijzingen op!

Cytokininen (CK)

Cytokininen (ook wel celdelinghormonen genoemd) zijn plantenhormonen die de celdeling in wortelpunten en groeiende scheuten bevorderen. Cytokininen beïnvloeden ook bladsenescentie (veroudering). Cytokininen, die van nature voorkomen in kokosmelk, stimuleren het metabolisme door het transport van suikers en de knopontwikkeling op zijscheuten te stimuleren. De concentraties zijn het hoogst in jonge bladeren, wortelpunten en zaden. Cytokininen stimuleren ook de vorming van vrouwelijke bloemen op mannelijke planten.

Als cytokininen aan de grond worden toegevoegd of op planten worden gesproeid, helpen ze planten om efficiënt gebruik te maken van bestaande voedingsstoffen en water in droogteomstandigheden. De bladoppervlakken zijn groter en de bloemvorming gaat sneller bij cytokinine behandelde planten, maar de oogsttijd is hetzelfde als bij onbehandelde cannabisplanten.

Wees extra voorzichtig bij het gebruik van of het experimenteren met cytokininen gemengd met andere plantenhormonen. Veel commerciële formules bevatten hormooncocktails die zowel auxines als cytokinines kunnen bevatten, die tegengesteld aan elkaar kunnen werken. Een hoge verhouding auxines en cytokinines stimuleert wortelvorming. Een lage verhouding bevordert de vorming van scheuten.

Derivaten van het adenine-type zijn onder andere 6-benzylaminopurine, kinetine en zeatine. De meest actieve en meest voorkomende is zeatine, geïsoleerd uit maïs(Zea mays). Cytokininen worden gesynthetiseerd in de wortels en bevorderen de celdeling, chloroplastontwikkeling en bladontwikkeling en vertragen bladveroudering. Als additief worden cytokininen meestal gewonnen uit de kelp Ascophyllum nodosum. Zoek naar zeewierproducten die dit zeewier bevatten. Kelpmeel wordt ook toegevoegd aan veel organische meststoffen.

6-benzylaminopurine (BAP) is een synthetische cytokinine die wordt gebruikt om de groei, bloei en celdeling te bevorderen. Pure BAP lost niet direct op in water; het wordt eerst gecombineerd met alcohol of een ander oplosmiddel en dan verdund met water. BAP is in de handel verkrijgbaar als het product Configure.

Volgens sommige tuiniers zal een geconcentreerde spray van 6-Benzylaminopurine met 300 ppm halverwege de bloei de groei en het gewicht van de bloemknop verhogen.

Kinetine is een cytokinine die vaak gebruikt wordt in weefselkweek in combinatie met een auxine om callusvorming op te wekken. Er zijn cytokinederivaten gesynthetiseerd en veel daarvan zijn net zo effectief als kinetine. Verschillende cytokinine:auxine verhoudingen beïnvloeden de groeisnelheid van planten. Als kinetine bijvoorbeeld hoog is en auxine laag, worden er scheuten gevormd; als kinetine laag is en auxine hoog, worden er wortels gevormd. Kinetine onderdrukt de ethyleenproductie. Veel cosmetica voor huidveroudering gebruiken kinetine.

Zeatine is een cytokinine groeihormoon dat gebruikt wordt om laterale plantengroei te stimuleren. Na ontkieming verplaatst zeatine zich van het endosperm naar de wortelpunt waar het mitose stimuleert. Het stimuleert de groei van extra stengels die meer knoppen vormen. Kokosmelk is een natuurlijk voorkomende bron van zeatine. Zeatine wordt ook veel gebruikt in huidverzorgingsproducten. Het is verkrijgbaar als wit kristalpoeder en in een waterige oplossing.

Producten die cytokininen bevatten zijn onder andere Maxicrop, Dr. Earth Kelp Meal, Neptune’s Seaweed, Alg-A-Mic en Bushmaster.

Ethyleen (Etheen)

Ethyleen is een natuurlijk voorkomend hormoon dat de veroudering en rijping van bloemen en vruchten activeert, de ontwikkeling van bloemknoppen voorkomt en de groei van planten vertraagt. Wortels, verouderende bloemen en groene groeitoppen bevatten de grootste hoeveelheden ethyleen. Het is het belangrijkste hormoon dat verantwoordelijk is voor de vernietiging van chlorofyl, het loslaten van bladeren, de veroudering van bloemen en het rijpen van vruchten. Deze groeiregulator wordt het “rijpingshormoon”, “na-oogsthormoon” of “doodshormoon” genoemd.

Ethyleen concentreert zich in plantenweefsels wanneer planten stress ondervinden. De productie zal toenemen in wortels wanneer dat nodig is om ze meer omtrek te geven zodat ze door harde, belemmerende oppervlakken kunnen dringen. In winderige gebieden buiten of binnen waar een ventilator te veel lucht blaast, produceren planten meer ethyleen om de stamdiameter te vergroten en de effecten van de wind tegen te gaan. Het resultaat zijn dikkere stengels op kleinere planten met kleine knoppen die vroegtijdig rijpen.

Door drassig, waterig groeimedium hoopt ethyleen zich op in de wortelzone en migreert het langs de stengel omhoog naarmate de intensiteit toeneemt. Symptomen zijn onder andere bladvergeling (chlorose), verdikking van de stengels, naar beneden gebogen bladranden en een grotere kwetsbaarheid voor ziekten en plagen.

Vermijd het toedienen van ethyleen op jonge planten, anders riskeer je dwerggroei, vroegtijdige bloei en kleine bloemknoppen. Gestreste en bloeiende planten geven ethyleen af dat dagelijks moet worden afgevoerd als ze in de buurt van jonge planten zijn, om het risico van vroegtijdige rijping te voorkomen.

Ethyleen is ook een bijproduct van de verbranding van fossiele brandstoffen in CO2-generatoren. Hoge concentraties zorgen ervoor dat bladeren snel geel worden. Voldoende ventilatie voert “giftige” ethyleenconcentraties af. Kleine concentraties van slechts 10 deeltjes per miljard (ppb) in de lucht kunnen abnormale groei en vatbaarheid voor ziekten en plagen veroorzaken. Een teveel aan ethyleen kan ook een groot probleem zijn bij gasverwarmers die niet goed geventileerd of ontlucht zijn en bij lekkende warmteafvoersystemen.

In een gesloten omgeving neemt de natuurlijke ethyleenproductie na verloop van tijd toe. In een gesloten koelkast kan ethyleen zich ophopen. Elke gesloten omgeving – een papieren zak, kamer of pot – heeft een vergelijkbaar effect. Fruit, tomaten of avocado’s in een afgesloten papieren zak doen zal het rijpen versnellen. Rijp fruit zal ethyleen afgeven en invloed hebben op geoogste cannabis bloemknoppen in de buurt. Opslagruimtes moeten voldoende geventileerd worden om opgebouwd ethyleen af te voeren.

Het vacuüm afsluiten van droge cannabis zal de ethyleenproductie verminderen door de temperatuur en de beschikbare zuurstof te verlagen. Ventilatie voert ethyleen af en verlaagt het niveau tot aanvaardbare concentraties.

Zaadbehandeling met kooldioxide of ethyleen voor het zaaien heeft een positieve invloed op de groei, knopvorming, bloei en rijping van hennep. De wortelontwikkeling, zaadproductie en totale opbrengst nemen ook toe door de behandeling.

Producten die ethyleen bevatten zijn Ethephon, Etacelasil, Glyoxime en Sensa-Spray, en zijn meestal verkrijgbaar in een vloeistof (bladspray). Wees voorzichtig met het gebruik van Ethephon en Etacelasil of andere systemische plantregulatoren. Eenmaal besproeid met een PGR, mogen planten niet worden geconsumeerd.

Let op! Ethyleen kan fytotoxisch zijn als het wordt toegepast tijdens warm weer of als het verkeerd wordt verdund. Isoleer planten zodat niet-doelplanten niet worden beïnvloed.

Gibberellinen

Gibberellinen zijn natuurlijke groeihormonen voor planten die samenwerken met auxinen om de rustperiode te doorbreken en de zaadkieming, stengeldiameter, vezelinhoud en verticale groei te verhogen. Ze komen van nature voor in zaden en jonge scheuten en stimuleren celdeling en verlenging. Er zijn minstens 75 plantaardige gibberellines geïsoleerd. Ze worden GA1, GA2, GA3 enzovoort genoemd. Gibberellinezuur (GA3) komt het meeste voor.

Gibberellinezuur is een ingrediënt in commerciële producten en wordt gebruikt om het tuinseizoen te verlengen en grotere bloei te forceren in sommige landbouwgewassen. Het wordt veel gebruikt in de druiventeelt om de productie van grotere vruchtbundels en grotere druiven te verhogen, en om druiven te produceren op pitloze variëteiten. GA3 wordt voornamelijk gebruikt in cannabistuinen om de plant hoger te maken en de ontwikkeling van mannelijke bloemen op vrouwelijke planten te stimuleren. Wees erg voorzichtig met de toedieningshoeveelheden; plantenstengels kunnen groeien, tot wel 10 cm per dag! Toepassing tijdens vegetatieve groei vertraagt de bloei.

Stuifmeel van mannelijke bloemen die werden geïnduceerd met GA3 op vrouwelijke planten wordt gebruikt om vrouwelijke bloemen te bestuiven. De zaden die hieruit voortkomen produceren altijd vrouwelijke (gefeminiseerde) planten. Lage doses (25-100 ppm) GA3 die gedurende 7 tot 10 dagen vlak voor de bloei op vrouwelijke planten worden gespoten, zorgen ervoor dat tot 80 procent van de behandelde planten mannelijke bloemen krijgt. Gebruik dit stuifmeel om “gefeminiseerde” zaden te bestuiven. Voor meer informatie, zie hoofdstuk 25, Veredeling.

Omgevingsfactoren veroorzaken ook extra gibberellineproductie. Lage lichtniveaus veroorzaken een gibberellineproductie die leidt tot slungelige groei. Te veel licht zorgt ervoor dat toppen omhoog schieten, waardoor lange, smalle bloemtoppen ontstaan. Een vuistregel is om een 600 watt lamp minimaal 50 cm boven het bladerdak van de plant te houden.

Wanneer zaden water absorberen, ontwikkelen zich gibberellines in het embryo en activeren de stofwisseling van de plant om het uitlopen te starten. GA3 helpt moeilijk kiemende zaden ontkiemen. Ik adviseer echter om verticuteren te gebruiken (zie hoofdstuk 5, Zaden & Zaailingen) in plaats van GA3.

GibGro is een voorbeeld van een product dat gibberellinezuur bevat. Het is verkrijgbaar in 5 procent, 10 procent en 20 procent bevochtigbare poederverpakkingen, evenals de 4 procent vloeibare oplossing.

Let op! Bij verkeerd gebruik kan gibberellinezuur leiden tot zeer lange, slungelige cannabisplanten.

Jasmonaat (JA)

Jasmonaat is per definitie een hormoon, hoewel het ontstaat uit linoleenzuur als jasmonzuur, een reactie op insectenaanvallen die voornamelijk betrokken is bij de activering en expressie van genen, en jasmonaat, dat de weerstand activeert, evenals de ontwikkeling van pollen en antennes.

Salicylaten (Aspirine) [ASA]

Aspirine, of salicylzuur, is effectief in het voorkomen van ziekteverwekkers (bacteriën, schimmels en virussen) door de natuurlijke “systemisch verworven weerstand (SAR)” te versnellen en zo de behoefte aan pesticiden te verminderen. Het is een natuurlijk plantenhormoon dat wordt geassocieerd met wilgenbast. Vaak produceren planten zelf niet genoeg om effectief te zijn. Salicylzuur (SA) blokkeert abscisinezuur (ABA), waardoor de plant weer normaal kan worden na een periode van stress – iets om rekening mee te houden als ABA wordt gebruikt om planten sterker te maken. Het wordt toegevoegd aan een vaas water om de levensduur van snijbloemen te verlengen.

Aspirine kan worden vermalen en verdund in water voor gebruik als spray of weekmiddel, of het kan worden toegevoegd aan compost en bewortelingsmiddelen. Een 1:10.000 oplossing gebruikt als spray zal de SAR reactie stimuleren en de effecten zullen weken tot maanden aanhouden. “Wilgenwater” is ook een populair bewortelingsbad. Zie “Wilgenwater” in hoofdstuk 7, Klonen & Klonen.

Veel vormen van salicylzuur zijn verkrijgbaar in de vorm van aspirine.

Let op! Sommige mensen hebben een allergische reactie op salicylzuur, dat elk jaar verantwoordelijk is voor talloze sterfgevallen in de wereld.

Enzymen

Enzymen zijn biologische eiwitkatalysatoren die reacties versnellen, maar zelf niet veranderen als gevolg van deze actie. Ze worden toegevoegd aan meststoffen en groeimiddelen om de biologische activiteit te versnellen en de opname van voedingsstoffen door wortels te versnellen. Het enzym nitraatreductase vermindert bijvoorbeeld nitraten en steelt elektronen voor energie, waardoor ze worden afgebroken tot de nitrietvorm. Dit is de eerste stap in de assimilatie van N in organische verbindingen. Nitrietreductase assimileert nitriet in het ammoniumion.

Ammonium wordt vervolgens overgebracht naar de vacuole als er hoge concentraties aanwezig zijn van 2 andere enzymen: glutamine synthetase, dat ammonium reduceert tot glutamine, of glutamaat synthase op weg naar de omzetting in aminozuren.

Er zijn meer dan 1500 verschillende enzymen geïdentificeerd. Enzymen worden ingedeeld in 6 hoofdklassen: oxidoreductases, transferases, hydrolases, lyases, isomerases en ligases.

Enzymen zijn een natuurlijk bijproduct van compostering. Veel zeewierextracten zitten boordevol enzymen (samen met veel sporenelementen, hormonen, enz.). Maar omdat hun functie meestal geïsoleerd is tot cellulaire functies buiten de bodem of het medium, weet ik niet of het nuttig is om enzymen toe te passen.

De meeste enzymatische reacties vinden plaats binnen een temperatuurbereik van 29,4°C-40,6°C (85°F tot 105°F) en elk enzym heeft een optimaal pH-bereik voor activiteit. De meeste enzymen reageren slechts met een kleine groep nauw verwante chemische verbindingen. Enzymen zijn zeer specifiek en werken alleen op hun bijpassende substraat. Cellulose breekt bijvoorbeeld alleen de bindingen van cellulose af, pectinase breekt alleen pectine af, en afzonderlijke moleculen worden meestal steeds opnieuw gebruikt totdat ze hun vorm verliezen, of denatureren. Ook werken bodemenzymen bij standaard bodemtemperaturen van 21-26ºC (70ºF tot 80ºF), hoewel ze kunnen versnellen, waarbij verhoogde chemische reacties optreden bij hogere temperaturen.

Cellulase is een groep enzymen die in de wortelzone organisch materiaal afbreekt dat kan gaan rotten en ziekten kan veroorzaken. Dood materiaal wordt omgezet in glucose en teruggevoerd naar het substraat om door de plant te worden opgenomen. Cellulase breekt cellulosevezels af. Het enzym in het product Cannazym breekt bijvoorbeeld dode wortelcellulose en hemicellulose af in eenvoudige suikerverbindingen. Cellulase wordt tijdens de hele productie gebruikt omdat wortels voortdurend worden afgestoten. Het werkt ook tegen de celwand die cellulase bevat van verschillende soorten schimmels, waaronder de waterschimmels(Pythium, Phytophthora) en Rhizoctonia (vermindert de beschikbaarheid van het moedermateriaal voordat de populaties op een niveau komen dat planten aantast), waardoor het enige bescherming biedt tegen deze ziekteverwekkers.

Sommige producten die enzymen bevatten zijn Sensizym, Hygrozyme, Power Zyme en Cannazym. Veel biologische compostproducten bevatten nuttige enzymen.

Aminozuren

Planten produceren van nature aminozuren. Het toedienen van specifieke aanvullende aminozuren als bladspray of bodemspray kan de opbrengst en kwaliteit van gewassen verhogen. Aminozuren kunnen direct of indirect bijdragen aan de fysiologische activiteiten van een plant. Pas specifieke aminozuren toe als bodemspray of bladspray om het bodemleven te verbeteren, wat op zijn beurt de opname van voedingsstoffen vergemakkelijkt.

Opmerking: Een volledige bespreking van de vele, vele aminozuren valt buiten het bestek van dit boek. Dit is een isomeervorm die bekend staat als een optisch isomeer dat in twee toestanden voorkomt, waarbij de L- en D-vormen effectief verdubbelen. De aminozuuropname van planten is ook afhankelijk van de soort en ectomycorrhizawortels breiden dit uit. Van de Schotse den is bijvoorbeeld bekend dat hij 13 soorten aminozuren opneemt, allemaal L-isomeren die in principe 15 stikstof- en 13 koolstofatomen bevatten. Hun functie lijkt echter relatief hetzelfde te zijn: ze worden gebruikt voor de ammoniumionen en de koolstof die ze bevatten… de enige directe opname en benutting van koolstof.

Planten absorberen aminozuren het beste via bladbespuiting. Er is een voordeel voor het bodemleven door blootstelling en ten minste een gedeeltelijke bodemtoepassing wordt aanbevolen.

Colchicine

Colchicine, een alkaloïde, wordt bereid uit de gedroogde knollen en zaden van de herfstkrokus(Colchicum autumnale) die saffraan produceert; het is verkrijgbaar in de vorm van een lichtgeel, in water oplosbaar poeder.

Let op! Colchicine is een zeer gevaarlijke, giftige stof. Colchicine vergiftiging is vergelijkbaar met arsenicum vergiftiging. Cannabisveredelaars hebben het gebruikt om polyploïde mutaties te induceren en zijn meer dan 30 jaar geleden begonnen met het produceren van polyploïde variëteiten met colchicine. Geen van de variëteiten vertoonde opmerkelijke eigenschappen en hun cannabinoïde niveaus werden niet beïnvloed.

Colchicine kan ook worden gebruikt om vrouwelijke chromosomen te induceren in vrouwelijke planten die zaden produceren. Het is echter mogelijk dat veel van de resulterende zaden niet ontkiemen, en een groot percentage van hen kan intersekse (hermafrodiete) neigingen hebben.

In plaats van uit te leggen hoe je colchicine moet gebruiken, zal ik adviseren om het niet te gebruiken. Het is erg giftig en geeft geen verandering in potentie. Ik ken geen zaadveredelaars die het tegenwoordig gebruiken. Als je niet overtuigd bent, zoek dan op internet naar “colchicine vergiftiging” Zie voor meer informatie Marijuana Botany van Robert Connell Clarke.

Prachtige ‘Mom Booey’ × ‘Kona Sunset’ toppen!

Humuszuren

Humuszuren zijn koolstofverbindingen die gevormd worden door de afbraak van organisch materiaal, voornamelijk vegetatie. Het is niet één zuur, maar een complex mengsel van veel verschillende zuren. Vaak worden humuszuren “opgehemeld” door verkopers die schandalige claims maken. Wetenschappelijk onderzoek bewijst dat humuszuren 4 basisdingen doen: (1) fungeren als een colloïde door structuur aan te brengen in de bodem, (2) fungeren als chelaatvormers om de beschikbaarheid van voedingsstoffen voor de plant te vergemakkelijken, (3) fungeren als een docking station door zich te hechten aan een enkele kation-uitwisselingsplaats en ruimte te bieden aan vele elementen om zich te binden, en (4) de permeabiliteit van cellen verhogen, wat ook een betere opname van voedingsstoffen mogelijk zou maken. Cannabiswortels en plantenweefsel nemen geen humaten op. Humaten werken in de bodem en helpen om voedingsstoffen beter beschikbaar te maken. Canada staat “humaten” niet toe op etiketten van meststoffen en de Association of American Plant Control Officials ook niet.

Humuszuur is verkrijgbaar in vloeibare vorm

Humuszuur is ook verkrijgbaar in poedervorm om te verdunnen in water


Humaten chelaat
Organische humus- en fulvozuren chelaten halfoplosbare metaalionen (voedingsstoffen), waardoor ze gemakkelijk door water getransporteerd kunnen worden. Dit vermogen is afhankelijk van de pH-waarde van het water. Koper, ijzer, mangaan en zink zijn moeilijk oplosbaar. Als ze in chelaatvorm worden gemengd, komen ze gemakkelijk beschikbaar voor opname.


Humus wordt gevormd uit compost dat gerijpt is tot het punt van stabiliteit. Het is zo stabiel en gerijpt dat het in die toestand duizenden jaren onveranderd kan blijven. Humuszuur, fulvozuur en humine zijn allemaal humusextracten. Humuszuur wordt gemaakt door humus fijn te malen en dan een wateroplossing met een lage pH toe te voegen, zodat humuszuur kan worden gescheiden van het fulvozuur. Humuszuur helpt voedingsstoffen vrij te maken uit de bodem zodat ze beschikbaar komen voor de planten.

Humus is het deel van de organische stof in de bodem dat niet wordt opgelost wanneer de grond wordt behandeld met dit alkali. De kleuren variëren van geel (fulvozuur) tot bruin (humuszuur) en zwart (humine).

Fulvinezuur

Fulvinezuur is een humuszuur met een lager moleculair gewicht en een hoger zuurstofgehalte dan andere humuszuren. Fulvinezuur wordt vaak gebruikt als bodemsupplement. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kan fulvinezuur niet worden opgenomen in plantenweefsel en is het geen antioxidant.

Fulvinezuur is de fractie van humusstoffen die onder alle pH-condities oplosbaar is in water. Fulvinezuur blijft in oplossing nadat humuszuur is verdwenen door verzuring. Fulvinezuren zijn polyelektrolyten, unieke colloïden die gemakkelijk door membranen diffunderen.

Tuiniers kunnen fulvozuur zelf maken door compost te composteren, of het kan gekocht worden bij een winkelier. Het is verkrijgbaar in vormen die geschikt zijn voor hydrocultuur of grondmediums. Zie “Organische grond” in hoofdstuk 18, Bodem, voor meer informatie over fulvozuur.

Maak onderscheid tussen fulvo- en humuszuren en humine door de kleur.

Schimmels

Mycorrhizale schimmels

Mycorrhiza verwijst naar een klasse schimmels die een symbiotische relatie vormen tussen mycelium van specifieke schimmels en wortels van planten. De ectomycorrhizaschimmeldraden (microscopische strengen die groeien uit schimmelsporen) omringen en omsluiten wortels en wisselen voedingsstoffen uit omdat ze zo dicht bij elkaar staan. Endomycorrhizaschimmels dringen de cellen van wortels binnen om voedingsstoffen uit te wisselen. Mycorrhizaschimmels groeien rond het wortelweefsel, dringen er zelfs in door en groeien de grond in om meer water en voedingsstoffen te vinden dan wortels zelf zouden kunnen vinden. Dit is in wezen een tweede wortelstelsel dat de opname van water en voedingsstoffen verbetert en bijdraagt aan de algehele gezondheid van de plant.

De twee schimmelsoorten waarvan bekend is dat ze de wortels van cannabis koloniseren zijn Glomus intraradices en Glomus mosseae. Zorg ervoor dat deze soorten zijn opgenomen in elk mycorrhizaschimmelproduct dat je koopt. Deze soorten hebben het maximale potentieel om cannabiswortels te koloniseren. Er zijn echter veel mycorrhizaschimmels die nog ontdekt en bestudeerd moeten worden.

Mycorrhizaschimmels komen van nature voor in gebieden waar planten niet verstoord worden door menselijke activiteiten, maar deze nuttige schimmels ontbreken vaak in stedelijke en binnenomgevingen.

Mycorrhizaschimmels hebben tijd nodig om zich voldoende te vestigen om de plant te helpen, dus ze moeten vroeg in de levenscyclus van een plant worden geïntroduceerd. Breng sporen aan op zaden of de wortels van een stek bij het planten. Het kan 6 weken of langer duren voordat volledige kolonisatie van mycorrhiza’s optreedt. Planten die 3 maanden of langer groeien hebben het meeste voordeel van mycorrhizae kolonisatie.

Breng schimmelsporen aan op de wortels van de zaden of voorbereide stekken bij het planten of verplanten. Voor de beste resultaten inoculeer je de wortelzone met een hoog aantal sporen (propagulen) per gram. Meestal hebben producten op basis van G. intraradices in poedervorm ongeveer 3.200 sporen per gram en vloeibare producten ongeveer 2 miljoen sporen per gram. G. mosseae is meestal verkrijgbaar met 200 sporen per gram. De meeste mengsels bevatten niet zowel G. intraradices als G. mosseae. Het kan zijn dat je ze apart in bulk moet inkopen. Hier is een goede bron voor producten: www.usemykepro.com.

Stimuleer mycorrhiza’s door de grond te enten. Compostthee, fulvozuur, humuszuur en koolhydraten worden gebruikt om een gezonde groei van mycorrhizae te bevorderen. Voeg het toe als een bodemverbeteraar of meng het met een voedingsoplossing en gebruik het als een drench. Voeg mycorrhizaschimmels toe aan de bovenste 4 centimeter grond of meng ze met potgrond bij het planten.

Hier is een voorbeeld van een mycorrhizaschimmelmengsel dat afkomstig is van mijn vriendin Sannie in Nederland.

Analyse:
93 endomycorrhizae sporen / gram
Glomus intraradices
Glomus clarum
Entrophospora colombiana

Glomus sp.
Glomus geosporum
Glomus mosseae

Glomus etunicatum

Rizobacteriën:
Bacillussubtillus
Paenibacillus azotofi xans
Bacilluspumilus
Bacilluspolymixa
Bacillusmegaterium
Bacilluslicheniformis

Mycorrhizaschimmels, verkrijgbaar in poedervorm

Mycorrhizaschimmels helpen om voedingsstoffen in de bodem gemakkelijker beschikbaar te maken voor opname. De meeste organische moleculen, vooral de lange-keten-types die afkomstig zijn van humaten die afbreken tot humus- en fulvozuren, worden niet opgenomen door de wortels of via de bladeren, en hetzelfde geldt voor de schimmels.

Trichoderma

Trichoderma zijn schimmels die zich vestigen in de wortelzone, negatieve schimmels en micro-organismen verdringen en tegelijkertijd de wortelontwikkeling en weerstand tegen omgevingsstress stimuleren. Het resultaat is een sterkere, levendigere plant. Trichoderma komt van nature voor in kokosvezels en groeimedium. Merk op dat het steriliseren van kokos groeimedium met stoom of andere middelen Trichoderma doodt.

Er zijn 89 soorten in het geslacht Trichoderma . Verschillende soorten Trichoderma zijn ontwikkeld als biocontrolemiddelen tegen schimmelziekten van planten. De verschillende mechanismen omvatten antibiose, parasitisme, het opwekken van gastheer-plant resistentie en competitie. De meeste biocontroleagentia behoren tot de soorten Trichoderma harzianum, T. viride en T. hamatum. De biocontroleagent groeit over het algemeen in zijn natuurlijke habitat in de rhizosfeer op het worteloppervlak en beïnvloedt vooral wortelziekten, maar kan ook effectief zijn tegen bladziekten. Trichoderma is ook effectief in het onderdrukken van pathogene schimmels die vochtrot veroorzaken in de zaden, wortels en stengels. Sommige stammen van T. harzianum hebben een antagonistisch effect op de ontwikkeling van Botrytis cinerea in sommige gewassen.

Canna was het eerste bedrijf dat een commercieel product op de markt bracht als groeibevorderaar dat Trichoderma schimmels bevat. Nu zijn er veel vergelijkbare producten verkrijgbaar. Trichodermaproducten kunnen worden toegepast op zaden, gebruikt tijdens het verplanten, gemengd met vloeibare meststoffen of via druppelirrigatie, en/of ingewaterd. Trichodermaproducten van hoge kwaliteit bevatten levende organismen die zich na het aanbrengen voortplanten, dus een kleine hoeveelheid doet al veel. De meeste zijn niet giftig en veilig voor het milieu. Er is één gedocumenteerd geval van overlijden van een mens door Trichoderma in Zuid-Amerika; de soort drong het spijsverteringsstelsel binnen en blokkeerde het.

Producten die Trichoderma bevatten zijn onder andere Promot Plus en Canna Trichoderma Powder. Trichoderma komt van nature voor in kokosvezels, compost en compostthee.

Bacteriën

Bacteriën, die beschouwd worden als de vroegste vorm van leven, komen in vrijwel elke omgeving op aarde voor. Ze zijn er al minstens 3 miljoen jaar in geslaagd om zich aan de meeste omgevingen aan te passen en uitsterven te voorkomen. Eencellige bacteriën zijn zo klein dat er 250.000 tot 500.000 van het kleine eencellige organisme op de punt van een zin passen. In één gram grond zitten meer dan een miljard bacteriën, die honderden soorten vormen. Over het algemeen zijn microscopische bacteriën gunstig voor de groei van planten.

Bacteriën zijn een van de belangrijkste afbrekers van vers groen organisch tuinafval. Verschillende bacteriën eten verschillende soorten organisch materiaal. Nuttige bacteriën leggen korte afstanden af en bevorderen een goede gezondheid in medicinale cannabis. Als voedsel en voedingsstoffen eenmaal in bacteriën zitten, worden ze “opgesloten” totdat de bacteriën worden geconsumeerd. Er zijn 2 groepen bacteriën: aerobe en anaerobe.

Anaërobe bacteriën hebben geen zuurstof nodig om te overleven. O2 is zelfs giftig voor ze. Over het algemeen moeten anaerobe bacteriën worden vermeden en niet gestimuleerd. Bijproducten van sommige anaerobe organische afbraak zijn waterstofsulfide en boterzuur, die beide naar braaksel ruiken, en ammoniak, dat naar azijn ruikt. Als je deze geuren kent, dan ken je de geur van anaerobe afbraak. Omstandigheden die anaerobe bacteriën bevorderen zijn bijvoorbeeld stilstaand water of samengeperste grond met weinig poriënruimte.

Een paar soorten anaerobe bacteriën vallen planten aan. Ze vallen zieke planten aan die weinig weerstand hebben, of planten die lijden aan ziekten of plagen. Bacteriën koloniseren zich en dringen binnen via zwak weefsel en wonden. Gezonde planten zijn echter goed bestand tegen aanvallen van bacteriën.

Aerobe bacteriën hebben zuurstof nodig om te leven en zijn over het algemeen degenen die we in de tuin willen hebben. Voor het grootste deel zijn aerobe bacteriën heilzaam, maar er bestaan ook parasitaire soorten. Aërobe, organische afbraak veroorzaakt geen onaangename geuren; in plaats daarvan heeft het een zoete, aardse geur.

Bacteriën recyclen 3 basiselementen: koolstof, stikstof en zwavel. Zwaveloxiderende bacteriën maken in water oplosbare sulfaten beschikbaar voor planten. Bacteriën zetten inerte stikstof uit de lucht om in “gefixeerde” stikstof-ammonium-, nitraat- of nitrietionen. Bacterieslijm (biofilm-DNA, eiwitten en suikers) buffert ook de rhizosfeer zodat de pH redelijk constant blijft. Bacteriën hechten zich aan bodemdeeltjes en sluiten voedingsstoffen op. De voedingsstoffen blijven op dezelfde plek in de bodem en spoelen niet uit. Wanneer andere organismen de bacteriën opeten, komt stikstof vrij in hun poep – direct naast de rhizosfeer, waar het gemakkelijk beschikbaar is voor wortels. Bacteriën fungeren als levende containers van organische meststoffen en dienen ook als voedsel voor leden van het bodemvoedselweb.

Nuttige bacteriën hebben afbrekend plantenmateriaal nodig om goed te gedijen en een pH-waarde rond 7,0. Bacteriën komen wereldwijd van nature voor en vormen zich in de juiste omgeving.

Gezonde compostthee is rijk aan nuttige bacteriën.

Rhizobia

Stikstof in de lucht wordt “gefixeerd” door rhizobia-bio-bemestingsbacteriën. Van nature voorkomende bacteriën zoals rhizobia leven in de wortels van peulvruchten (bonen, klaver, erwten, pinda’s, enz.). Eenmaal gekoloniseerd met de bacteriën, maken peulvruchten knobbeltjes die in symbiose met de plant werken. Vanwege deze symbiotische relatie met stikstofbindende bacteriën kunnen peulvruchten als begeleidende planten bij cannabis worden geplant. Ze worden vaak “plantengroeibevorderende rhizobacteriën” (PGPR’s) genoemd.

Rhizobia zijn gastheerspecifiek afhankelijk van hun type en werken niet bij alle gewassen. Met de juiste gastheer fixeren rhizobia echter atmosferische stikstof en zorgen ze tegelijkertijd voor een extra bron van beschikbare stikstof. Rizobacteriën worden toegevoegd aan vlinderbloemige gewassen om de stikstofniveaus in uitgeputte tuingrond te verbeteren. Het product Azopar bevat stikstoffixerend Azospirillum inoculum voor niet-leguminosen.

Diverse additieven

Alginezuur

Alginezuur (ook bekend als algin of alginaat) is een anionische polysacharide die voorkomt in de celwanden van bruine algen. Als het zich met water bindt, vormt het een kleverige gom die enorme hoeveelheden water vasthoudt. De geëxtraheerde vorm neemt snel water op en kan 200 tot 300 keer zijn eigen gewicht in water absorberen. De kleur varieert van wit tot geelbruin.

Producten die alginezuur bevatten zijn onder andere: B52, Dr. Earth Kelp Meal, Neptune’s Seaweed, Alg A Mic. Veel zeewieren en kelpen bevatten alginezuur.

Koolhydraten en suikers

Koolhydraten zijn hydraten van koolstof. Koolhydraten leveren energie aan levende cellen, zoals het bodemleven. Het zijn verbindingen die koolstof, waterstof en zuurstof bevatten met een verhouding van 2 waterstofatomen voor elk zuurstofatoom. Koolhydraten staan bekend als suikers, zetmeel, sachariden en polysachariden.

Suikers zijn koolhydraten die onmiddellijk kunnen worden gebruikt om energie te leveren aan levende organismen. Melasse, honing en andere suikers kunnen het microbiële leven in de bodem stimuleren, de groei bevorderen en het gebruik van stikstof door de plant effectiever maken. Melasse is het “geheime ingrediënt” in veel organische meststoffen en de natuurlijke suiker die het beste is voor organische medicinale cannabis gewassen. Sucrose (maïs) siroop is de meest economische manier om suiker te kopen, maar het mist veel van de kwaliteiten van melasse.

Planten maken suikers. Plantenwortels absorberen geen suikers, rauw of geraffineerd. Bacteriën en ander bodemleven consumeren suikers als voedsel of brandstof. Het toevoegen van organische suiker in de vorm van melasse aan de bodem verhoogt het bodemleven en de biologische processen in en rond de wortelzone. Door het extra leven kunnen wortels sneller en efficiënter voedingsstoffen opnemen, waardoor de plantengroei toeneemt. Het is zelfs zo dat bloemknoppen tot 20 procent zwaarder kunnen worden als er regelmatig melasse aan het irrigatiewater wordt toegevoegd.

De knoppen worden groter omdat er meer microbiële activiteit in de grond is. Suikers voeden het bodemleven en meer gezonde microbiële activiteit zorgt ervoor dat er meer voedingsstoffen beschikbaar zijn die sneller worden opgenomen. En het bodemleven geeft de koolstof af in de vorm van CO2 dat omhoog beweegt door het bladerdak van de plant, waardoor de CO2-opname en de daaropvolgende koolhydraatproductie door de plant verbetert.

Voeg suiker (melasse) toe aan de grond met een snelheid van 2 eetlepels per gallon (4 ml/L), te beginnen tijdens de vegetatieve groei en doorlopend tot de bloei. Meer toevoegen zal de plantengroei niet bevorderen, maar het bodemleven uit balans brengen en aaseters aantrekken.

OPMERKING: Elke zoete smaak die verkopers toeschrijven aan suikers, komt niet rechtstreeks van het toevoegen van suikers of smaakstoffen aan de voedingsoplossing. Als ze volhouden dat dit wel zo is, wil ik graag wetenschappelijk bewijs zien. Laat ze dan onmiddellijk contact met me opnemen.

Melasse

Melasse is verkrijgbaar in 3 hoofdsoorten: ongezwaveld, gezwaveld en zwart stro. Een van de ingrediënten in sommige compost en potgrond is melasseafval. Melasse wordt gemaakt van verschillende bronnen, waaronder maïs, suikerbieten en suikerriet.

Ongezuiverde melasse is van topkwaliteit en wordt gebruikt in de keuken. Deze kwaliteit wordt gemaakt van rijp suikerrietsap dat geklaard en geconcentreerd is. Het kan in de tuin worden gebruikt.

Gesulfateerde melasse wordt gemaakt van onrijpe (groene) suiker. Tijdens het extraheren van de suiker worden zwaveldampen gebruikt. Daarna wordt het herhaaldelijk gekookt. Melasse van de eerste kookbeurt is van de hoogste kwaliteit omdat er maar een kleine hoeveelheid suiker wordt verwijderd. De tweede en eventuele volgende kookbeurten maken de melasse donker van kleur en onttrekken meer suiker. Het kan in de tuin worden gebruikt.

Blackstrap melasse is drie keer gekookt om steeds meer suiker te extraheren. Het wordt voornamelijk gebruikt als veevoer en bevat veel ijzer. Het kan ook in de tuin worden gebruikt.

De gemiddelde N-P-K analyse van melasse is 1-0-5 en het bevat kalium, zwavel en veel sporenmineralen in gechelateerde vorm. Het zit ook boordevol koolhydraten en een balans van verbruiksstoffen, die een snelle bron van energie en voedsel voor micro-organismen zijn. Melasse is te koop bij kruideniers, natuurvoedingswinkels en veevoederwinkels.

Producten die melasse bevatten zijn Hi-Brix, Bud Candy, FloraNectar en Sweet. Het is ook verkrijgbaar in bulkvorm voor vee of menselijke consumptie. De meeste melasse wordt toegepast in een hoeveelheid van 1 tot 2 eetlepels per liter.

Let op! Melasse en producten die melasse bevatten trekken grote en kleine aaseters aan. Ik heb meer dan één tuin bezocht waar producten op basis van melasse beren aantrokken.

Colloïdaal zilver (CS)

Colloïdaal zilver bestaat uit deeltjes metallisch zilver gesuspendeerd in gedestilleerd water. Het wordt op vrouwelijke cannabisplanten gespoten om de ontwikkeling van mannelijke bloemen te stimuleren. Zaden van een plant die het stuifmeel van deze mannelijke bloemen gebruikt worden “gefeminiseerd” Zilverionen remmen ook het (vrouwelijke) hormoon ethyleen. Veel commerciële cannabis zaadproducenten gebruiken colloïdaal zilver om gefeminiseerde zaden te maken.

Een paar ons (ml) colloïdaal zilver kun je online kopen, bij veel natuurvoedingswinkels en bij sommige drogisterijen voor $30 tot $40 USD. Het kan thuis worden gemaakt door draden aan te sluiten op elke pool van een 9-volt batterij en een stukje puur zilver, dat moeilijk te vinden kan zijn. Elk snoer (- en ) is verbonden met een stukje puur (0,999%) zilver, meestal een muntstuk. De stukjes zilver, die met klemmetjes aan de batterij zijn bevestigd, worden ondergedompeld in een kleine hoeveelheid gedestilleerd water en blijven een paar uur liggen. De munten mogen elkaar niet raken. De elektrische stroom zal minuscule zilverdeeltjes afzetten in het water, waardoor colloïdaal zilver ontstaat. Gedetailleerde instructies zijn beschikbaar op internet.

Om toe te passen, besproei je de beoogde takken elke dag met een oplossing van colloïdaal zilver van 30 tot 40 ppm, te beginnen een week voordat de bloemen uitkomen. Besproei op hetzelfde tijdstip vroeg op de dag en ga dagelijks door met besproeien totdat er duidelijk mannelijke bloemen verschijnen. Het stuifmeel van deze mannelijke bloemen wordt gebruikt om vrouwelijke bloemen te bevruchten. Uit de resulterende “gefeminiseerde” zaden zullen vrouwelijke planten groeien.

Let op! Gezondheidsrisico’s! Consumeer geen planten die behandeld zijn met colloïdaal zilver. Het wordt echter als veilig beschouwd om cannabis te consumeren die is gekweekt uit zaden die zijn geproduceerd uit een moeder die is behandeld met colloïdaal zilver. Sommige tuiniers besproeien slechts één tak met colloïdaal zilver en consumeren de rest van de plant. Ze beschermen het niet-doelblad tijdens het sproeien. Ik raad deze praktijk af.

Veel producten bevatten geëmulgeerd colloïdaal zilver.

Let op! Bewaar colloïdaal zilver in een lichtdichte verpakking. Het doodt nuttige bacteriën en schimmels, dus vermijd contact met de grond. Het kan ook giftig zijn voor mensen.

Waterstofperoxide (H2O2)

Waterstofperoxide (H2O2) lijkt op water, maar bevat een extra, instabiel zuurstofatoom. Dit extra atoom hecht zich aan een ander zuurstofatoom of valt een organisch molecuul aan. In medicinale cannabistuinen kan waterstofperoxide veel voordelen bieden door het water te zuiveren van schadelijke stoffen zoals sporen, dood organisch materiaal en ziekteveroorzakende organismen, terwijl het voorkomt dat er nieuwe infecties ontstaan. Het onderdrukt ook algengroei. Het verwijdert methaan en organische sulfaten die vaak in putwater worden aangetroffen en het verwijdert chloor uit leidingwater in de stad.

Waterstofperoxide wordt vaak ten onrechte gebruikt in grond- en hydrocultuurtuinen om zuurstof te leveren in substraten met een slechte bodembiologie, verdichting en overbewatering. Leveranciers denken ten onrechte dat het zuurstofgebrek in het water rond de wortels voorkomt. De vrije radicaal O2- zal snel combineren met alles behalve met andere zuurstofmoleculen. Zuurstof is voor elke levensvorm alleen bruikbaar in de diatomische vorm O2. Het medium of water verzadigen met waterstofperoxide kan het water reinigen, maar het zal ook de wortels doden. Dit product heeft geen oxidatieve waarde en moet alleen worden gebruikt als laatste poging om een gewas te redden van ziektes.

Waterstofperoxide doodt ook ander bodemleven en vertraagt de wortelgroei. Kleine wortelharen zijn erg kwetsbaar en dat geldt ook voor veel bodemleven. H2O2 toevoegen zal een deel van het bodemleven aantasten of doden en de bodemchemie verstoren. Wees uiterst voorzichtig en spaarzaam bij het gebruik van H2O2. Gebruik het niet als vast onderdeel van een voedings- of additievenprogramma.

Waterstofperoxide is gevaarlijk in hoge concentraties en beschadigt huid, kleding en bijna alles waarmee het in contact komt. Zoek naar laaggeconcentreerde H2O2 (3%, 5% en 8%) bij drogisterijen of supermarkten. waterstofperoxide van “voedselkwaliteit” (35%) moet voor gebruik worden verdund. H2O2-formules met een hogere sterkte zijn voordeliger, maar moeten voor gebruik verdund worden (tot 3%).

Draag rubberen handschoenen bij gebruik van concentraties hoger dan 3%. Waterstofperoxide concentraties hoger dan 3% veroorzaken bleekvorming en beschadiging van huid en andere oppervlakken. Ruim spatten en morsen op om problemen te voorkomen. Bewaar waterstofperoxide in een donkere verpakking die druk houdt om de werkzaamheid te behouden.

Waterstofperoxide kun je het beste kopen als generiek product in een 3% oplossing. Er zijn sterkere oplossingen van 35 procent verkrijgbaar, maar daar moet je voorzichtiger mee omgaan.

Let op! Gebruik handschoenen bij het hanteren; concentraties boven de 3% kunnen de huid verbranden. Uit de buurt van ogen houden. Buiten bereik van kinderen houden. Voorkom morsen; het kan bleken en stoffen of oppervlakken beschadigen.

TOEPASSINGSRICHTLIJNEN VOOR 3 PROCENT H2O2 OPLOSSING
Taaktheelepel/gallonml/L
irrigatie1.5-3,8 theelepel/gal2-5 ml/L
zaad weken7.5-11,5 tsp/gal10-15 ml/L
schimmelwerend en wortelrotwerend15 theelepels/gal20 ml/L

Waterstofperoxide (H202)

Propolis

Propolis is een harsachtig mengsel dat honingbijen verzamelen en gebruiken als afdichtmiddel in bijenkorven. Het wordt verzameld uit boomschors en andere plantensappen. Het is kleverig boven kamertemperatuur en hard tot bros bij lagere temperaturen. Het wordt gebruikt als plaatselijk antibioticum en schimmelwerend middel. Propolis is een ingrediënt van sommige additieven. Propolis kan worden gebruikt als onderdeel van een behandeling voor geïnfecteerde of zieke planten.

Propolis kan verkrijgbaar zijn bij lokale imkers.

Triacontanol

Triacontanol (ook bekend als melissylalcohol of myricylalcohol) is een natuurlijk vetzuur en groeistimulans. Het versnelt de celgroei en verhoogt de celdeling, wat op zijn beurt de totale bloemopbrengst verhoogt. Triacontanol is gemakkelijk verkrijgbaar en overvloedig aanwezig in alfalfameel. Zie “Alfalfameel” in hoofdstuk 21, Voedingsstoffen, voor meer informatie.

Enkele producten die Triacontanol bevatten zijn AlfaGrow, Final, Nirvana en Bloom. Alternatieven zijn alfalfameel en pellets.

Let op! Triacontanol kan giftig zijn. Het is een verzadigd vet en, in sommige ogen, een groeiregulator voor planten, hoewel daar nog steeds discussie over bestaat. Triacontanol wordt niet opgenomen door de plant.

Vitaminen

Vitamine C en B1 als hulpmiddelen kunnen mythes zijn. B9, een groeiremmer, is de enige die ik heb gevonden die daadwerkelijk nuttig lijkt te zijn voor medicinale cannabis kwekers.

Ascorbinezuur (Vitamine C)

Van vitamine C wordt gedacht dat het zorgt voor strakkere, zwaardere toppen en dat het werkt als antioxidant. Het wordt vaak gecombineerd met fructose, melasse of suiker en toegevoegd aan het voedingswater in de laatste 2 weken voor de oogst. Sommige botanici geloven echter dat, hoewel vitamine C erg belangrijk is in het bestrijden van de vrije radicale bijproducten van fotosynthese, planten hun eigen vitamine C aanmaken en waarschijnlijk geen voordeel halen uit de toevoeging ervan aan het voedingsmengsel.

Vitamine C tabletten die worden verkocht bij supermarkten en drogisterijen bevatten ascorbinezuur, maar kunnen ook andere dingen bevatten. Koop het in de pure vorm, L-ascorbinezuur of L-ascorbaat. Ascorbinezuur is een beter supplement voor tuiniers dan voor cannabis!

B-vitaminen

B1, ook wel thiamine, thiamine en aneurine hydrochloride genoemd, is de term voor een familie moleculen met een gemeenschappelijke structuur die verantwoordelijk is voor hun activiteit als vitamine. Het toedienen van vitamine B1 aan wortelsystemen van planten stimuleert de wortelgroei niet. Deze veel voorkomende misvatting is herhaaldelijk weerlegd in wetenschappelijke onderzoeken.

B3Niacine wordt gebruikt als een wortelgroeifactor. Er is geen concreet bewijs dat het de plantengroei helpt.

B9 (foliumzuur, folinezuur) lijkt te dienen bij de energieoverdracht binnen de plant en remt het enzym dat gibberellinezuur maakt, wat resulteert in een bossiger, dwergachtige plant zonder snoeien. B9 kan worden toegepast als spray of als gronddrench. Het onderdrukt de groei effectief bij frequente toepassing in lage concentraties. Het begin van de bloei en de oogst worden geleidelijk vertraagd bij verhoogde toepassingen, maar de bloemknoppen rijpen meestal allemaal tegelijk.

Foliumzuur wordt ook gebruikt om het vaasleven van bloemknoppen en takken te verlengen. Een paar takken van een mannelijke plant kunnen meerdere dagen “vers” worden gehouden. Verdun B9 in water en bewaar afgeknipte takken van bloemproducerende mannelijke planten om ze langer “vers” te houden. B9 wordt beschouwd als een veilige groeivertrager voor de korte termijn met weinig fytotoxiciteitsproblemen.

Producten met B-vitamines zijn onder andere Ortho Vitamin B Blend en B-52.

‘Cripple Creek’ knop een week voor de oogst

cocoa’ macro close-up die de harsklieren met capitieten laat zien

Kolibrie inspecteert een ‘Jolly Bud’

Groeivertragende middelen

Let op! Gebruik geen groeiregulatoren op cannabis! GEEN ENKEL GROEIREGULERINGSMIDDEL IS GELABELD VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE. Alle groeiremmers laten residuen achter in de plant en sommige, zoals paclobutrazol (o.a. Bonzi of Bushmaster) blijven jarenlang in de plant en zijn zichtbaar in de toppen en ander gebladerte. Het gebruik van sommige PGR’s is zichtbaar in de zaden.

In de VS en Canada is geen van deze producten toegestaan op de plank of voor gebruik zonder een licentie om te verkopen en toe te passen. Eén bedrijf, Dutch Master, ging bijna failliet omdat hun formule groeiregulatoren bevatte. Groeiregulatoren VEROORZAKEN KANKER en problemen met het immuunsysteem en hebben zeer lage toxiciteitswaarden voor zoogdieren en zelfs lagere waarden voor primaten. Ethyleen (het gas) en Ethephon (de vloeistof die bij verhitting in ethyleen verandert) zijn ongeveer de veiligste alternatieven.

Slecht geïnformeerde cannabistelers passen groeivertragende middelen toe om de verticale groei te remmen en de vertakking binnen de stengels te vergroten. Bladeren worden verondersteld even groot te blijven, maar de lengte van de internodus wordt vertraagd. Dodelijk giftige groeivertragers worden vaak “chemische knijpers” genoemd

Buiten het gebruik van PGR’s voor wortelinductie in stekken en misschien het werken met zaadproductie, zou ik niet bewust een plant of plantendelen consumeren waarop PGR’s zijn gebruikt. Er is hier sprake van een risiconiveau dat onacceptabel is. Het heeft geen enkele zin om PGR’s te gebruiken in commerciële kwekerijen en nog minder in medicinale tuinen.

Inhoud